Afkortingen

// 1 januari 2012

Inmiddels heb je nu vast wel begrepen dat het gebruik van hoofdletters of kleine letters niet eenvoudig is. Maar we zijn er nog niet mee klaar: in deze blog vertel ik je meer over hoofdlettergebruik in afkortingen. Sinds de invoering van de nieuwe spelling in 2005 worden veel afkortingen met kleine letters geschreven in plaats van met hoofdletters, maar als redacteur kom ik deze nog regelmatig met hoofdletters tegen: *BTW, *CAO, *HAVO, om er maar een paar te noemen. De regel luidt dat afkortingen zo veel mogelijk met kleine letters worden geschreven, maar er zijn in de praktijk zo veel uitzonderingen, dat deze regel eigenlijk in het niets verdwijnt. De gedachte áchter die regel is dat die woorden inmiddels zo vaak zijn gebruikt dat ze zijn 'ingeburgerd', je kunt ze in een zin herkennen als een afkorting en ze hoeven daarom niet extra benadrukt te woorden (door ze bijvoorbeeld in hoofdletters te plaatsen waardoor ze meer opvallen).

Soorten afkortingen

In de Nederlandse taal maken we onderscheid tussen 'echte' afkortingen (ook wel redactionele afkortingen genoemd), initiaalwoorden en letterwoorden.

Echte afkortingen

Echte afkortingen zijn verkorte weergaves van veelgebruikte woorden: bladzijde wordt blz., enzovoort wordt enz.. In de regel worden echte afkortingen met kleine letter geschreven, behalve als het afgekorte woord zelf ook een hoofdletter draagt en bij Engelstalige bachelor-mastertitels: drs., e.d., t.a.v., BA, MA, n.Chr.

Initiaalwoorden

Bij initiaalwoorden worden de letters afzonderlijk uitgesproken: sms, vwo, zzp, cd, tv. Ze worden zo veel mogelijk in kleine letters en zonder punten geschreven. Toch zijn er behoorlijk veel gevallen waarin je wel een hoofdletter gebruikt.

  • Sommige functietitels krijgen hoofdletters: B en W (maar: burgemeester en wethouders!).
  • Ook initiaalwoorden die anders minder goed herkenbaar zijn: ME (mobiele eenheid), EHBO. (Waarom EHBO dan toch in hoofdletters wordt geschreven, begrijp ik niet zo goed. Bij ME lijkt me dat duidelijk: De me heeft me tegen de grond gewerkt staat toch een beetje gek. Maar ehbo is toch ook herkenbaar? Ik ken tenminste geen woord ehbo dat tot verwarring met EHBO zou kunnen leiden.)
  • Daar zijn ze weer: initiaalwoorden die een eigennaam zijn, bijvoorbeeld van een bedrijf of een vereniging: AZ, UMCG, schrijf je ook met hoofdletters.
  • Afgekorte wetsnamen worden over het algemeen met alleen hoofdletters geschreven: WAO (maar: Wet arbeidsongeschiktheid); ambtenaren en juristen hebben echter de voorkeur voor een beginhoofdletter en de rest kleine letters: Wmo.
  • Vaktechnische termen krijgen ook vaak hoofdletters, dit zie je veel bij medische en technische woorden. Als deze termen algemeen bekend worden, krijgen ze kleine letters en soms komen ze – om het nog eenvoudiger te maken – gewoon allebei voor: ECG, IT, tbc, cv, ICT en ict.

Letterwoorden en verkortingen

De laatste categorie van de afkortingen bestaat uit de letterwoorden en verkortingen. Hier zie je het verschil tussen eigennaam en soortnaam wat duidelijker terugkomen. Soortnamen worden als gewone woorden behandeld en krijgen kleine letters en geen punten: havo, aids, yup, pin. Als ze wel eigennamen zijn, komen de hoofdletters terug: RTL, RuG, Interpol. Je zou bijna kunnen zeggen dat de eigennaam-/soortnaamregel bij de letterwoorden en verkortingen nog het beste tot zijn recht komt…

(Afkortingen komen ook veel voor in samenstellingen en afleidingen, maar daar kom ik later nog over te spreken.)