Ken je lezer

// 1 januari 2012

In de laatste Volkskrant van 2011 stond een kort artikel over taal. Er werd onder andere gesproken over de invloed van de straattaal op het Nederlands en over de toename van Engelse leenwoorden in onze taal. Een interessante vraag: waarom nemen we bepaald 'taalgedrag' (bij gebrek aan een ander woord) van elkaar over? Volgens een taalkundige uit dat artikel is dat omdat we elkaar sympathieker gaan vinden als ons taalgebruik op elkaar lijkt. De communicatie verloopt soepeler, omdat we elkaar begrijpen – we spreken immers dezelfde taal?

Onbegrijpelijk

Toen ik dit las, moest ik onmiddellijk denken aan iets waar ik me al een hele tijd aan erger: de onbegrijpelijke verzameling cijfers en letters die je in elektronicawinkels op de kaartjes bij de desbetreffende apparaten ziet staan. Het enige woord dat vaak nog te ontcijferen valt is 'type', verder heeft het voor mij met taal nog weinig te maken: Kjdie49s sdmiKD034MF type 934Jfeh. Eh? Ik ben al vaak een winkel uitgelopen, simpelweg omdat ik die kaartjes niet begrijp. Ze vertellen me niet wat ik wil weten: boort het gaatjes? Kan het ook door beton heen? Staat de muur nog overeind als ik ermee geboord heb? Dát wil ik weten, niet welk typenummer het is. Het zal me werkelijk worst wezen of het nu type A, K of Y is. 
Vandaar mijn pleidooi: verplaats je in de lezer. Schrijf zoals hij, vertel zoals hij en je zult veel verder komen dan wanneer je hem overspoelt met termen en woorden en typenummers waar hij niks mee kan. Verplaats je in je lezer en – zoals ook in het artikel van de Volkskrant stond – hij zal je begrijpen, de communicatie verloopt soepel, en hij gaat je nog sympathiek vinden ook. En dat is toch wat je wil, of niet?

Hoe het niet moet…

Wees echter wel zorgvuldig met je teksten. Een fout is snel gemaakt! Ik ben al jaren abonnee van Onze Taal en op de achterkant van dat tijdschrift staan vaak kromme zinnen die, ook al zijn ze perfect gespeld, toch een heel andere boodschap vertellen dan de schrijver bedoeld heeft. Een paar voorbeelden wil ik met je delen (sommige komen van de Onze Taal Taalkalender). Zo stond er in een regionaal dagblad: 'De schimmel van de Sint had even vrijaf in Heinkenszand. Hij zat in een rijtuig, begeleid door de muziekvereniging'. En de Sint dan? Trok hij het rijtuig misschien? Of een poster van een orthopediepraktijk: '[merknaam.] Voelbare ontlasting bij iedere stap.' Getsie… Ik hoop dat ze luiers meeleveren. Nog een ongelukkig voorbeeld: 'Politie ranselt minderjarigen voor informant', uit een landelijk dagblad. Nu weet ik dat probleemjongeren niet de meest leuke pubers zijn, maar om ze nu af te ranselen zodat ze informant worden gaat wel heel erg ver. Of zouden ze hier 'ronselen' bedoelen? Nog eentje om het af te leren: 'Miljoenen Mubaraks in Zwitserland', ook uit een landelijk dagblad. Nooit geweten dat oud-president Mubarak van Egypte zo'n grote familie had…

Resultaat

Je ziet: goed bedoeld, maar ze slaan de plank volledig mis. Ze zijn onhandig geformuleerd en geven een domme indruk. Niet een indruk die je bij je lezer wilt achterlaten, of wel? Nu zijn de meeste voorbeelden weliswaar afkomstig uit dagbladen, maar je ziet dat ook een poster van orthopediepraktijk ongelukkig kan uitvallen, als je niet goed nadenkt over de tekst.
Tip: laat je tekst een dag liggen. Vergeet hem voor een dag. Slaap er een nachtje over. De volgende dag is je blik weer fris en scherp en pik je ongelukkige formuleringen er zo uit. Of nog beter: laat het over aan een professional. Tekstschrijvers en redacteuren zijn getraind in het opsporen van dergelijke formuleringen – en ook niet onbelangrijk: vaak weten we niet zo veel van je vakgebied. Doe hier je voordeel mee: als je ons jouw verhaal vertelt en we begrijpen je, weet je zeker dat je lezer je ook begrijpt. Da's wel zo prettig communiceren…