Over ministers en Mercedessen

// 11 november 2011

In de vorige blog hebben we kennisgemaakt met het verschil tussen een soortnaam en een eigennaam. Een eigennaam is iets unieks en verwijst maar naar één persoon, zaak of merk (wat dan weer wel verschillende producten kent, denk maar aan alle schilderijen van Rembrandt); een soortnaam verwijst niet specifiek naar één unieke zaak en krijgt dus een kleine letter. In deze blogpost ga ik wat dieper in op producten, instellingen, organisaties en andere zaken.

Eigennaam of soortnaam?

We hebben dus geleerd dat eigennamen naar iets unieks verwijzen en soortnamen naar iets algemeens. Dit kunnen we eigenlijk vrijwel overal toepassen: de burgemeester en wethouders werken in het gemeentehuis, maar de ministers zitten vaak in de Tweede Kamer (want er is maar één Tweede Kamer in Nederland) en de minister-president heeft een eigen Torentje in Den Haag (inmiddels een begrip geworden). Bij de ministeries zien we een combinatie van hoofd- en kleine letter: er zijn meerdere ministers en ministeries, dus die schrijf je met een kleine letter; en er is maar één ministerie van Buitenlandse Zaken, van Defensie, enzovoort. Dus alleen het deel dat uniek is, krijgt een hoofdletter. (Althans: zo staat het in de Van Dale en in het Witte Boekje; het Groene Boekje geeft er geen uitsluitsel over en Renkema – auteur van de onder redacteuren en tekstschrijvers befaamde Schrijfwijzer – geeft de voorkeur aan Ministerie, maar wel weer minister. Je kunt dus weinig fout doen!)

Bedrijven en organisaties, producten en merken

Bedrijven en organisaties zijn uniek, ook al hebben ze meerdere vestigingen; bovendien hebben sommige voor een afwijkende schrijfwijze gekozen. In de regel neem je hun schrijfwijze over. Merknamen krijgen een hoofdletter: Coca-Cola, Mercedes. Als een merk echter lange tijd in gebruik is, zien mensen het niet meer als een merk, maar als een product en krijgt het dus een kleine letter: maggi, aspirientje.

Opleidingen en afdelingen

Ook hier geldt: de meeste opleidingen zijn algemeen bekend en vallen daarom onder soortnamen, dus kleine letter: hbo bedrijfskunde, havo, studie rechten. Als een opleiding toch wel als uniek beschouwd wordt, krijgt het een hoofdletter: Integrale Veiligheidskunde. Het instituut dat de opleiding verzorgt, is een organisatie en dus neem je hun schrijfwijze over.
Afdelingen echter krijgen een hoofdletter: afdeling Communicatie, afdeling Personeelszaken. Persoonlijk vind ik dit in tegenspraak met de regel voor opleidingen: er zijn meerdere opleidingen bedrijfskunde en ook meerdere afdelingen communicatie. Zou je communicatie dan ook niet met kleine letter schrijven? Blijkbaar niet.

Publicaties

Titels van films, boeken, tv- en radio-programma's en liedjes zijn uniek, dus een eigennaam, dus een hoofdletter. Je ziet vaak dat Engelstalige titels bijna elk woord een hoofdletter geven: With Or Without You. Dat mag, je neemt dan gewoon de schrijfwijze van een unieke eigennaam over. Persoonlijk vind ik deze schrijfwijze erg onrustig en lichtelijk hysterisch overkomen, vooral bij lange titels: Het Leidt De Aandacht Af Van De Inhoud Van De Publicatie En Je Ziet Alleen Maar Een Schreeuwerige Titel, terwijl kleine letters je laten focussen op de inhoud. Gelukkig hebben de meeste Nederlandstalige titels alleen aan het begin een hoofdletter: Als het vuur gedoofd is.
Kranten, tijdschriften, omroepen en dergelijke worden vaak als organisaties beschouwd en … je raadt het al: neem de schrijfwijze over die de organisatie zelf hanteert. Wetten worden ook gepubliceerd en worden eigenlijk op dezelfde manier geschreven als Nederlandstalige titels: Wet arbeidsongeschiktheid.

Je ziet: ook hier is het niet altijd even duidelijk of het nu om een eigennaam of om een soortnaam gaat, net zoals we vorige week zagen met jet, sarah en Joost. Regels die duidelijk genoeg zijn, worden binnen het Nederlands zelf niet altijd even consequent toegepast, kijk maar naar de ministeries en de afdelingen. Je moet echt op de hoogte zijn van alle regels én hun uitzonderingen – en dat zijn er nogal wat. Het is dan ook niet voor niets dat vaak wordt aangeraden om je teksten te laten schrijven of te laten nakijken door een professional (zoals Leef in tekst bijvoorbeeld)! Volg die raad op, je loopt de minste kans op fouten en je maakt ook nog eens een professionele (want: zorgvuldig) indruk op je (potentiële) klant.